het Hofkwartier nr 8 najaar 2013 > Wat schuilt er achter deze poort?

Wat schuilt er achter deze poort?

Wat schuilt er achter deze poort?

‘Er zijn de dingen die we kennen, en er zijn de dingen die we niet kennen, en daar tussenin zitten deuren.’ Dat was de diepere gedachte achter de naam van de rockband ‘The Doors’. Het is ook een gedachte die bij me opkomt tijdens mijn zoektocht naar het verleden van de prachtige oude poort in de Prinsestraat, tussen nummer 73A en 75.

Achter de poort ligt een onooglijk steegje, dat leidt naar de achteringang van het Parkhotel. Dat blijkt al uit het plastic bordje dat op houten poort is bevestigd: ‘leveranciersingang’. Maar wat gaat er daadwerkelijk schuil achter deze poort? De bouwstijl is klassiek, uit de renaissance. En het lijkt erop dat de poort ook echt uit die periode stamt, eind zestiende, begin zeventiende eeuw. Wat doet zo’n poort tussen huizen die allemaal zeker twee eeuwen jonger zijn, aan een straat die er waarschijnlijk nog niet eens was toen deze poort werd gebouwd?

Als je het vraagt aan de mensen in de buurt, weten ze te vertellen dat de poort vroeger ooit toegang gaf tot de Paleistuin. En als je op oude kaarten van Den Haag kijkt, zie je dat dat ook wel ongeveer kan kloppen: het lijkt erop dat de poort deel uitmaakte van de oorspronkelijke buitenmuur van de Paleistuin. De huizen eromheen, en zeker die aan de Prinsestraat, zijn inderdaad pas veel later gebouwd. Prachtig toch, zo’n tastbaar stuk historie midden in een alledaagse straat?

En wat mooi, dat niemand het ooit over z’n hart heeft gekregen deze poort te slopen! Een bordje van de monumentenzorg zit er niet eens op, maar toch voelt iedereen blijkbaar aan dat dit iets is dat we moeten koesteren. Hoewel, het rommelig boven de poort gespannen prikkeldraad (er werd wel eens een junkie in de steeg aangetroffen, begrijp ik...), het oranje plastic bordje en het veel te moderne beslag van de houten deur laten wel nog wat ruimte voor verbetering.

Maar ook zo al spreekt de poort tot de verbeelding. Er staan regelmatig drommen toeristen naar te kijken. Toen de poort laatst openstond, en ik met mijn zoontje (even nieuwsgierig ingesteld als ik) van de fiets afstapte om even in de steeg te kijken, werden we aangesproken door een van oorsprong uit New York afkomstige expat, die bezig was met een fotosessie voor zijn website van ‘magic doors around the world’.

En toen ik voor dit stukje een rondje maakte door de buurt, hoorde ik het ware verhaal over de poort dat iedereen natuurlijk écht wil weten: in de tijd dat de koninklijke familie nog daadwerkelijk op Paleis Noordeinde woonde, was deze poort de ideale achterdeur voor ‘de prins’ (was het Wilhelmina’s man Prins Hendrik, voor de oorlog?) om af en toe gewoon lekker naar de kroeg te kunnen gaan. Ook toen al werd op nr. 99 (tot voor kort Barbies Bar, nu Café Inandout) tot in de kleine uurtjes geschonken. De prins in kwestie frequenteerde volgens de overlevering overigens ook een etablissement van wat lichtere zeden aan de Toussaintkade. Maar dat wordt slechts gefluisterd, want in de Prinsestraat spreekt men uiteraard van de prins geen kwaad!

Prinsenpoort