het Hofkwartier nr 2 winter 2011 > 'Koester mooiste kwartier van de stad!'

'Koester mooiste kwartier van de stad!'

Juwelier Cees Hoek, de nestor uit de Papestraat

'Koester mooiste kwartier van de stad!'

Hij wordt wel eens de burgemeester van het Hofkwartier genoemd. Wie hem op een maandagmorgen ontmoet in zijn chique winkel in de Papestraat, wordt inderdaad ontvangen door een heer van stand.

Opgewekt en beleefd, zoals iedereen hem in de straat, in de buurt en in de stad kent. Een vleugje Couperus met een tikkeltje Paul van Vliet. Cees Hoek, de juwelier, is een wellevende man. Dat weet zijn kring van klanten of beter gezegd clientèle, dat weten leden van De Witte en Pulchri, dat weet eigenlijk iedereen. Je zult hem niet gauw in een versleten spijkerbroek tegenkomen met een pet op, al wilde hij ooit ‘zeeman’ worden.

De jongen uit Noordwijk aan zee met vissersbloed, is nog steeds een enthousiast zeiler. Maar voor alles is hij juwelier en nestor van de ondernemers in zijn Hofkwartier. Als hij daarover vertelt, neemt hij geen blad voor de mond. Hij houdt van het hart van de stad, van het brede Lange Voorhout tot de smalle Papestraat.

Zijn Papestraat is uniek en zeker vijfhonderd jaar oud. Hij laat met trots een map prachtige oude kaarten zien, met stadsgezichten en bewoners uit 1550! ‘Pasteybackers en scoemackers en coperslagers, maar ook van chirurgen, readtsheren en wel vijf deurwaaerders.’ Hij moet er om lachen, om die deurwaarders, de tijden veranderen niet. Juweliers en goudsmeden waren er toen nog niet. Vandaag wel. Overal in het Hofkwartier. Als een ouderwets gilde. Hij voelt zich goed in hun midden. Hij houdt van zijn vak.

‘Ik heb altijd iets met mijn handen willen doen. Goudsmid worden, juwelier en zo snel mogelijk op eigen benen. En de klant is -koning. De kring van mensen die mooie dingen willen hebben, koester ik. In het mooiste kwartier van de stad.’ ‘Daar moet je als gemeente zuinig op zijn, dat moet je niet verwaarlozen. Den Haag is een unieke stad, met een rijke historie, wás een unieke stad zeg ik wel eens, want er is soms slordig mee omgesprongen.

Er zijn veel gemiste kansen. Afbraak zonder verbetering. Plannen die in de bureaula blijven liggen. Ik mis de aandacht, die de mensen hier zelf wel hebben. Ondernemers en bewoners hier knokken in deze moeilijke tijden meer dan ooit. De gemeente moet een veilig, betrouwbaar dak boven de stad zijn, daar gaat het om!’ ‘Ik was laatst in Berlijn en keek mijn ogen uit hoe de gemeente daar aan de verwoeste -dubbele stad werkt, Oost en West als bruisende eenheid, voor bewoners en ondernemers. Ik was jaloers.’

Cees Hoek is een telg uit een ondernemersfamilie. Het gaat hem bij alles om goede smaak, aanzien en allure. ‘Of het nu om een gebouw gaat of een ring in een doosje, het moet passen in de omgeving waarvoor het bedoeld is.’ Cees Hoek denkt nog wel eens met heimwee aan de legendarische Molhuyzen.

De voormalig directeur Stadsherstel liet niet over zich lopen. Hij vocht voor ieder stukje stad van waarde. Hij zag hoe de toekomst niet zonder het beste uit het verleden kon. Ruim twintig jaar geleden kreeg het Hofkwartier – in 1990 – zijn eigen naam. Via een prijsvraag gekozen. Toen hebben we ook een krant met -dezelfde naam gemaakt: HOFKWARTIER. Hij is één keer verschenen. In november 1990. Daarin stonden onze plannen met het Hofkwartier. Aangevuurd en verdedigd door Molhuyzen.’

‘De gemeente was toen aan zet. We hadden een sterk bevochten ontwikkelingsplan. Het is allemaal in die krant terug te lezen: evenwichtige brancheverruiming, panden met liefde verbeteren, openbare ruimte herinrichten, harmonische aansluiting met de stad, kunst- en ambachtcentrum, antiekcentrum, daghoreca, studio’s voor kunstenaars, noem maar op. Veel is er alleen dankzij ondernemers en bewoners toch gelukt. Maar veel niet. Molhuyzen zou zich in zijn graf omdraaien’

Cees Hoek wijst me op een dwingende passage uit de plannen in de eerste Hofkwartier krant: het hele kwartier was het er in 1990 over eens dat de hele buurt tussen 11.00 uur en 06.00 uur moest worden afgesloten voor alle verkeer, behalve voetgangers. Met laad- en loshavens en voldoende parkeervoorzieningen aan de randen van het kwartier. Met de garages in de Torenstraat en de Nobelstraat voor bezoekers en bewoners.

‘Een mooi, bereikbaar Hofkwartier zonder overlast van verkeer. Alles op prettige loopafstand. Een wandelgebied moest het worden.’ Cees Hoek zegt het met enige spijt in zijn stem, omdat het er grotendeels niet van is gekomen. ‘Het was toch een uniek plan. Geen stroom fietsers meer in de smalle straatjes hier. Het gebeurt in meer steden, zoals in Maastricht, begrijp ik. Een fietsvrij centrum. Ik weet het, het doet even pijn. Maar alles went. Het groeiende kerkhof van achterge-laten fietsen vandaag is pijnlijker.’

Hij is boos en hij glimlacht tegelijk, de aardige juwelier uit de Papestraat, omdat hij zelf fietser is. ‘Iedereen begrijpt best wat ik bedoel. Fietsen staat vrij, maar aan de dagelijkse hinder en de rotzooi moet toch een einde komen.’

www.juwelierhoek.nl

Juwelier Cees Hoek