het Hofkwartier nr 6 winter 2012 > Louis Couperus kind aan huis in de Molenstraat

Louis Couperus kind aan huis in de Molenstraat

Terug naar de tuin van Salomon en Eline

Louis Couperus kind aan huis in de Molenstraat

Zijn prachtige huis in de Surinamestraat staat er gelukkig nog en als je er vandaag langswandelt en omhoogkijkt, zie je op de eerst verdieping de ramen waarachter Louis Couperus Eline Vere heeft geschreven, in de jaren tachtig van de negentiende eeuw. Zijn debuutroman verscheen als feuilleton in het dagblad Het Vaderland en Eline was het gesprek van de dag. Heel Den Haag volgde haar tragische geschiedenis in de krant, dus zeker ook zijn oudste zuster in het Hofkwartier. 

Het is niet onwaarschijnlijk dat de jonge schrijver daar ook aan Eline Vere heeft geschreven en het feuilleton heeft besproken, want Louis Couperus was kind aan huis bij zijn zuster Catharina en zijn zwager Benjamin die met hun grote gezin woonde op de Molenstraat 26. Catharina, sinds 1871 mevrouw Vlielander Hein-Couperus, was dertien jaar ouder dan Louis en had een echtgenoot met wie hij zelfs bijna vijfentwintig jaar scheelde. Toos en Ben, zoals hij ze noemde, waren voor hem als tweede ouders. Ze zijn dat altijd voor hem gebleven. De Vlielander Heins hadden negen kinderen. Het ging er altijd vrolijk aan toe. Hij was er altijd welkom, vond er liefde en vriendschap en kon er geheel zichzelf zijn.

Het grote huis in de Molenstraat  is voor Couperus een toevluchtsoord geweest, niet alleen na de dood van zijn ouders. Hij 'woonde' er zijn halve leven, in een kring van neven en nichten en vond er inspiratie voor zijn boeken en hield van de gastvrije sfeer. Hij kwam er tot vlak voor zijn dood. Moe van alle huldigingen en toespraken bij zijn zestigste ­verjaardag in juni 1923, vierde hij zijn echte verjaardag intiem, binnen de hechte familiekring van Toos en Ben in zijn 'tweede ouderlijk huis', het Paleis Hotel van nu. 

Stel dat Louis Couperus vandaag had geleefd,  dan zou hij een opvallende verschijning zijn geweest in het Hofkwartier. Hij zou logeren in een van de smaakvol ingerichte klassieke kamers van het hotel. Hij zou aan de overkant, waar toen Hans Vermolen schilderde en restaureerde, zijn krant hebben gekocht in de Hofkiosk bij de vriendelijke kleinzoon Raoul. De Haagse schrijver zou dagelijks een kopje koffie drinken om de hoek in de Prinsestraat bij  Horas Simanullang. Want de smaak en geur van het Indië van toen hangt nog steeds in brasserie Van Prinse & Co tegenover de Paleistuin.

Met zijn hoed op en zijn wandelstok zou hij als een dandy op zondagmiddag over het Voorhout zijn gewandeld. Naar Pulchri of de Haagse Kunstkring voor de Letterenborrel tussen bevriende schrijvers en schilders. Louis zou samen met zijn vrouw Elisabeth voor een high tea Des Indes  bezoeken en het aangename knerpende schelpenpad  herkennen.

Maar ongetwijfeld zou hij ook richting het huis van Salomon van Leeuwen op het Noordeinde zijn gespoed, om de tuin te zien. Louis Couperus vertoefde er graag en noteerde er op een bank onder de toen al welige beukenboom invallen voor zijn verhalen en schreef er poëzie. Salomon en Louis waren vrienden in die jaren. De antiquair en de schrijver woonden op een steenworp van ­elkaar en de tuin was hun lievelingsplek.

Vandaag, vele jaren later, staat de beuk van Couperus er nog steeds. Hij is immens, de beuk, hij is magistraal. Het blijft een wonder van een stadstuin, betoverend omdat niets van vandaag er lijkt binnengeslopen, alles de geur en zweem en sfeer heeft van voorheen. Alexander van Leeuwen, de zoon van Salomon, zou de schrijver in de tuin vergezellen.

Om met hem even terug in de tijd te kunnen kijken, terug naar de dingen die niet voorbijgaan, terug naar Eline Vere.

 

Louis Couperus samen met zijn hond Brinio in de tuin van Salomon van Leeuwen in 1923
Onder: Louis Couperus, als een dandy, wandelend op het Lange Voorhout voor Des Indes