het Hofkwartier nr 5 najaar 2012 > Paard van de majesteit

Paard van de majesteit

Column

Paard van de majesteit

Voor mij zijn het hoogtijdagen. De dagen waarin we afscheid nemen van de zomer en de herfst naar binnen laten. September is hier binnen de muren van het paleis een feestmaand. Dit jaar wel met een grijs randje omdat dames en heren Kamerleden aan de overkant besloten hebben de formatie van een nieuwe regering binnen het eigen Torentje te houden. Maar laat ik er niet te veel woorden aan vuil maken. Dat doet majesteit ook niet. Ruggespraak is er toch wel. En met Prinsjesdag laat zij zien hoe onmisbaar ze is, voor het land en ook in de Ridderzaal.

Laat ik het vandaag over iets anders hebben. Over de stal van de Gouden Koets. Ik noem het ons paleis van de zwarte paarden. Want wij hier buiten zien de Koets een keer per jaar, maar de paarden staan er 364 dagen omheen. In hun Koninklijke Stallen. Het zijn er 24 om precies te zijn en ze hebben een ereplaats. Ze worden goed verzorgd en kijken uit naar hun extra poetsbeurt en die van de Koets in september. Want alles moet natuurlijk op de derde dinsdag picobello glansen. Ik maak dat ieder jaar zelf mee, want ik ben voor de gelegenheid poetshulp. Onder leiding van de opperstalmeester.

Dit jaar mocht ik mij uitleven op het zonnetje in het hart van een van de vier wielen. Met speciale boenwas. Het is een secuur werkje, maar uiteindelijk kon ik mezelf er haast in spiegelen, dus het straalde weer volop, net als de andere drie. Ik heb dus het voorrecht het koninklijk rijtuig van buiten en binnen te kennen. Ik klap natuurlijk niet uit de stal, maar u mag best weten dat het binnen voor de familie niet te krap is. Er is alle ruimte om te zwaaien en het koninklijk hoofd niet te stoten. En er is voldoende beenruimte onder de kleine koetszetels.

Maar het meest plezierige voor mij dit jaar was, dat ik ook een van de Friezen mocht poetsen. Het aardigste en meest vorstelijke paard, tenminste dat vind ik. Echt fier en trots. Ik mocht ook haar zwarte staart zachtjes borstelen. We hadden meteen een band, dat voelde ik. Ze keek eerst af en toe naar me om, of ik het wel goed deed. Maar toen knikte ze even met haar hoofd en kwispelde met haar staart. Ik dacht dat ze me herkende, want ik was er natuurlijk niet voor de eerste keer. Op Prinsjesdag ben ik even tussen jullie allemaal in voor het paleis gaan kijken. Ze zwaaiden allebei. Majesteit en de staart van haar paard.